Goede Week 2021

In de Goede Week 2021 kon, net als in de Veertigdagentijd, het thema van de afgelopen maanden (‘Voorbereiden op het leven dat komt’) voortgezet worden – vooral omdat we in de Wilhelminakerk het kinderproject uit de Veertigdagentijd bleven volgen, met lezingen uit het Johannesevangelie. Maar er kwam ook een nieuwe toon in: de politieke dimensie in het christelijke geloof. Vandaar een nieuwe reeks (de meest recente dienst staat bovenaan).

 

Want van U is het koninkrijk,

de kracht

en de heerlijkheid’

 

 

 

Mijn Vader, mijn God                                                                Goede Week 3: Pasen

De weg door de Goede Week was dit jaar een weg door een kernovertuiging van het oude Israël. Een overtuiging die volgens de volgelingen van Jezus in hem vervuld is. God regeert. Psalmen zingen ervan, de hele geschiedenis die in het Oude Testament beschreven staat werkt ernaar toe: de Heer der heren regeert! Er waren tegenstemmen: ‘Ja, God regeert in zijn eigen domein, ver boven het gewoel van de wereld, ver van persoonlijke beslommeringen, ver buiten onze waarneming’. Maar de hoofdlijn van het Oude Testament zegt: ‘Nee, Hij regeert, ook op aarde, Hij kómt op aarde zijn heerschappij oprichten’. Dat was het lied dat in Bethlehems velden begon te zingen – met David, en toen opnieuw met de Davidszoon. De Heer komt onder mensen in hun persoonlijke leven, maar ook in hun gezamenlijke leven, hun georganiseerde leven. En dan komt Hij ook in een leven waar de macht al uitgeoefend wordt, door priesters en gouverneurs, door soldaten en keizers.

We zijn van Palmpasen naar Goede Vrijdag gegaan. Dat was het laatste, meest beslissende stuk van de weg waarlangs de Heer op aarde zijn heerschappij opricht. En nu het vandaag Pasen is, nu – lijkt de hele muziek van ‘God regeert’ weggevallen. Een week lang hoorden we ‘hosanna’ en gejoel, en tenslotte tromgeroffel bij een executie. En toen werd het stil, stille zaterdag. Nu de melodie toch weer begint, lijkt de wereld van de politiek en het publieke leven verdwenen.

Johannes vertelt zelfs niet, zoals de andere evangelisten, dat er soldaten bij het graf geplaatst waren en dat zij in de ochtend zijn gevlucht. Johannes vermeldt wel een detail van later op de dag, toen de discipelen bijeen waren in een bovenkamer en ‘de deuren gesloten hadden uit angst voor de joden’. Maar is dit het enige overgebleven akkoord uit het grootse lied over de regering van God en zijn gezalfde? Wordt nu eindelijk echt duidelijk dat het de Heer om persoonlijke en geestelijke zaken ging?

Er zijn tenminste twee aanwijzingen die in een andere richting wijzen.

Het eerste verhaal dat we hoorden gaat over twee discipelen. Twee die in het Johannesevangelie vaker genoemd worden: Petrus en ‘de andere discipel’. De naam van deze discipel wordt nergens genoemd, maar het is duidelijk dat dit Johannes zelf is. Hij zat naast Jezus tijdens het laatste avondmaal, hij was bij het verhoor van Jezus omdat hij een bekende van Kajafas is, hij stond bij het kruis toen Jezus moeder Maria aan zijn zorg toevertrouwde – hij heeft alles uit de eerste hand. Maar hij was niet de rots waarop Jezus zijn kerk zou bouwen; dat was Petrus (Joh 1:42). Tussen Petrus en Johannes bestaat rivaliteit. Petrus is de leidinggevende discipel, maar Johannes is de geliefde discipel. Hoe gaan zij met elkaar om? Hoe leren ze in het voetspoor van hun meester met elkaar omgaan?

Dat is een vraag die terugkomt overal waar op religieus gebied leiding gegeven moet worden. Trouwens ook op andere gebieden. Er zijn Petrussen en Johannessen, Petra’s en Johanna’s in elke christelijke gemeente, in elke burgerlijke gemeente. Rivaliteit speelt allereerst op persoonlijk vlak, maar wordt sterker als er ook formele relaties zijn, als iemand een officiële functie krijgt, bv dominee of voorzitter of minister. Dan komt er altijd iets van politiek in, op kleine of grotere schaal.

Petrus en Johannes rennen allebei naar het graf. Johannes is sneller, maar laat Petrus voorgaan. Petrus gaat het graf in, kijkt, maar raakt verward. Johannes gaat dan ook naar binnen, kijkt, en gelooft. Daar heb je het verschil tussen beiden weer. Alle reden tot nieuwe rivaliteit. Die wordt op paasmorgen ook niet weggenomen. Het Johannesevangelie besteed er nog een apart, laatste hoofdstuk aan. Wel zien we bij het graf, hoe de éen buigt voor de ander, hoe Johannes in praktijk brengt wat Jezus hen bij de voetwassing heeft geleerd. Ook die voetwassing had trouwens al met politiek te maken. ‘Wie onder jullie heer is, moet de anderen dienen’.

 

Dan het tweede verhaal van vanochtend, over Maria Magdalena. Ze was al eerder bij het graf, maar toen ze het leeg aantrof, was ze meteen teruggegaan naar de discipelen. Zij liet hen voorgaan. Maria hield rekening met de traditionele rolverdeling van mannen en vrouwen, die in haar tijd en nog heel lang daarna de maatschappelijke regel was. Toch is zij als eerste getuige van de opstanding ‘de heer die de anderen dient’, zij is hier de dame. Jezus erkent dat ten volle: als de mannen Petrus en Johannes hun kans hebben gehad en bij hen het kwartje nog niet gevallen is, heeft Jezus een speciaal moment met haar, Maria. En wat hij tenslotte tegen haar zegt wijst opnieuw naar de publieke, politieke dimensie van het leven. Jezus grijpt terug op het kerngeloof van Israël.

Hij doet dat indirect, voor de goede verstaander. ‘Hou me niet vast’, zegt Jezus tot Maria, ‘ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die jullie Vader is, naar mijn god, die ook jullie God is’. Wat zegt Jezus met deze woorden? Waarom kiest hij ze nu? Ze lijken een beetje op wat Ruth tot Naomi zegt, als zij belooft om met Naomi mee terug te gaan naar Bethlehem: ‘Uw God is mijn God en uw volk is mijn volk’.

Maria laat zelf zien hoe zij Jezus’ woorden heeft opgevat. Als zij naar de discipelen gaat en hen vertelt wat haar in de tuin is overkomen, zegt ze: ‘Ik heb de Heer gezien’. De Heer – dat is God zoals Hij zich aan Mozes bekend maakte en met zijn volk een geschiedenis begon (Ex 20:2). Heer, dat is de Koning van Israël, die naar Israëlitisch geloof ook de Koning van de wereld is (zie bv Jes 52:7,15).

Hoe komt Maria tot deze belijdenis? Misschien heeft ze die opgemaakt uit het feit dat Jezus een uitdrukking gebruikt die in éen tekst uit het Oude Testament zo voorkomt. We hebben hem gezongen, in psalm 89. Deze psalm gaat over Gods trouw aan zijn volk en aan de troon van David. Iemand uit zijn geslacht zal daar altijd op zitten, dat heeft God beloofd. De psalm vertelt over David, hoe God hem uitgekozen heeft, hoe Hij hem zalfde met heilige olie, hoe Hij hem steunde in zijn strijd tegen zijn vijanden. Dan komt het: deze gezalfde ‘zal tot mij roepen: “U bent mijn vader, mijn God, de rots die mij redt”. Meteen daarop horen we in de psalm God zelf spreken: Ik maak hem tot mijn eerstgeborene, tot de hoogste van de koningen van de aarde. (..) Zijn troon staat zolang de hemel duurt.’

‘Mijn vader, mijn God’, dat zegt een Davidszoon die Davids troon heeft gekregen, en dat niet voor een tijd, maar voor altijd. Deze muziek is ook in andere psalmen te horen. Zoals psalm 2, die kent u vast wel. Waarom woeden de volken toch? De machtigen der aarde zijn in verzet tegen God, ze regeren niet zoals de Heer en zijn gezalfde regeert. Maar God in de hemel lacht. Ik heb mijn koning gezalfd op Sion, mijn heilige berg. In het vervolg van de psalm spreekt deze koning zelf: ‘Dit is het besluit van de Heer: Hij sprak tot mij: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt. Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit, de einden van de aarde in eigendom.’ Dat is de taal de Jezus gebruikt bij zijn hemelvaart. De psalm eindigt met een oproep: ‘Daarom koningen, wees verstandig. Wees gewaarschuwd , leiders van de aarde, onderwerp u, toon de Heer uw ontzag, bewijs eer aan zijn zoon.’ Psalm 110 kent u vast ook: ‘De Heer spreekt tot mijn heer: neem plaats aan mijn rechterhand, jij zult heer zijn over je vijanden’. Deze heer onder de Heer brengt koningen ten val en berecht de volken. Zijn koningschap zal een priesterlijk koningschap zijn, en eeuwig zal duren.

Tegenover Magdalena duidt Jezus zich dus aan als Davidszoon en zoon van God zelf, zijn eerstgeborene, die voor altijd zal regeren aan Gods rechterhand. Ja, hij is de Heer, in de volle oudtestamentische zin van het woord, zoals Maria zich realiseerde. En zoals Thomas, de ongelovige Thomas, toen hij Jezus zag, nog sterker realiseerde. Misschien komt voor ons de grootste verrassing als we beseffen dat het omgekeerde ook geldt: degene die voor altijd de Davidstroon krijgt, is niemand anders dan Jezus. Hij zal deze troon aan niemand afstaan. De troon van David staat niet in de hemel, maar op aarde. De boodschap van de afgelopen week was, dat Jezus zich als koning heeft bewezen, in heel zijn publieke optreden en in zijn lijden en sterven nog het meest. Zo regeert de Heer op aarde.

En als u nog denkt dat dit het Johannesevangelie is, dat allerlei dingen samentrekt en niet altijd realistisch lijkt, dan moet ik u zeggen dat Johannes met deze paasboodschap op éen lijn zit met de andere evangelisten. Lukas bijvoorbeeld maakt hetzelfde punt, zij het niet aan het eind, bij de opstanding, maar helemaal aan het begin, bij de aankondiging van Jezus’ leven. U kent de woorden van de engel Gabriël aan Maria: het kind dat uit jou geboren wordt moet je Jezus noemen, ‘hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven, tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over Gods volk (Luk 1:32-33).

 

Het is Pasen. Het graf is leeg. Jezus leeft, met lijf en ziel. Hij laat dat aan Petrus en Johannes en Maria zien (al hoef je het niet te zien om het te geloven, en al kun je het zien en toch niet goed zien). Jezus laat het zien om geloof in zijn heerschappij te wekken. Geloof dat hij inderdaad de Heer is. Zodat Petrus sterker wordt en straks goed leiding kan geven. En Maria getroost wordt.

De opgestane zelf is er niet, en als hij zich toont kan hij niet blijven, hij moet opstijgen naar de Vader, zegt hij. Precies de uitdrukking die Johannes ook gebruikt voor Jezus’ kruisiging en die Jezus zelf uitsprak tijdens zijn laatste maaltijd. Hij moest heengaan, hij moest verhoogd worden, opgeheven en zo alle mensen tot zich trekken – zo heerschappij uitoefenen.

De opstanding betekent dus niet, dat de verslagen, gedode koning ‘terug is’, en nu alsnog zal winnen dankzij een nieuwe, bovennatuurlijke kracht. Net zo min als opstanding voor persoonlijke relaties een reünie betekent. Nee, op Pasen verwijst Johannes terug naar Goede Vrijdag. Daar is de slag geleverd, en daar is hij gewonnen. Op grond daarvan krijgt koning Jezus eeuwig leven; de macht die hij in leven, lijden en sterven getoond heeft is het leven van de Eeuwige in de tijd gekomen. Tegen Maria zegt hij: Hou me niet vast, ik ben echt gestorven. De hereniging komt later, als hij ieder die hij heeft vastgehouden zal doen opstaan op de laatste dag (Joh 6:39).

Ook na zijn opstanding heerst Jezus dus op aarde zoals hij op aarde leefde, leed en stierf, in de kracht die hij op zijn levensweg tot in zijn stervensuur toonde, en die hij met iedereen wil delen die hem op deze weg wil volgen. Deze kracht geeft Jezus aan zijn volgelingen: Ontvang de Heilige Geest. Zoals de Vader mij zond, zo zend ik u. Volgens Johannes eindigt de Paasdag met Pinksteren.

 

 

Orgelspel & Stilte

Bemoediging              allen gaan staan

O: Onze hulp is de Naam van de Heer

A: die hemel en aarde gemaakt heeft

O: die trouw houdt tot in eeuwigheid

A: en niet loslaat wat zijn hand begon

O: Genade en vrede zij u van God onze Vader en van onze Heer Jezus christus

A: Amen

Drempelgebed

Openingslied 630: 1,3

Groet:  V: De Heer zij met u,

G: Ook met u zij de Heer.             daarna gaan allen zitten

Welkom en Inleidend woord

Gebed voor de nood van de wereld

Moment met de kinderen Filmpje (slot Kinderproject: Maria ontmoet Jezus), Kinderlied

Gebed bij de opening van de Bijbel

Bijbellezing: Johannes 19: 1 t/m 18

Lied: 89: 9,11

Uitleg en verkondiging

Muziek: de finale van The Passion van Adrian Snell:

            Maria Magdalena zingt: Jesus is alive. https://www.youtube.com/watch?v=NstF6uwy0e0

            Jezus zegt: Peace be with you https://www.youtube.com/watch?v=MMKiflB16oE

Gebeden met gesproken responsie: ‘Heer, onze Heer, wij bidden U verhoor ons’. Onze Vader

Mededelingen door de ouderling van dienst

Wegzending & Zegen (=NLB 428)

Slotlied: 839                 allen gaan staan

Drempelgebed

God, we zijn de kerk weer binnen gegaan,

hier in deze bijzondere ruimte.

De kerk is eigenlijk gebouwd op een graf,

een leeg graf.

We zijn weer in de kerk

en zoeken degene die niet hier is,

maar leeft.

Die de eerste van vele broers en zussen wil zijn,

die ons wil meenemen op zijn weg

het leven in.

Wees met ons dit uur

hier en in de huiskamer,

in Jezus’ naam,

amen.

 

Welkom en inleidende woorden

We beginnen vanochtend heel zoekend, zoals de vrouwen en mannen die op weg gingen naar de tuin met het open graf. Maar langzaam zal de muziek sterker worden, dan zal ook nog iets van de dramatische klanken van de afgelopen week te horen zijn. Het is Pasen, welkom in deze bijzondere dienst, u hier in de kerk en allen in de huiskamer.

 

Gebed voor de nood van de wereld

Heer, vanmorgen bidden wij U voor een speciale nood van de wereld. Bijna elk volk in de wereld heeft een overheid die optreedt tegen corrupte of gewelddadige burgers, maar de wereld zelf heeft geen overheid die optreedt tegen corrupte of gewelddadige volken. Landen zijn soeverein. Er is geen rechterlijke macht die boven regeringen en naties staat en hen tot de orde kan roepen. We leggen U de nood voor die hieruit voortkomt, vooral voor de bevolkingsgroepen en volken die hiervoor de prijs betalen. We denken aan de kleinere landen, aan de minderheden in elk land. We bidden U voor Syrië en Myanmar, en Libanon. We bidden U voor de Verenigde Naties en voor het Internationale Gerechtshof, dat zij goed werk blijven doen ook al hebben ze weinig macht. Wees met uw wereld, die U zo liefhebt dat U uw eniggeboren zoon zond.

 

Moment met de kinderen

Gebed bij de opening van de bijbel

Heer, help ons begrijpen. Soms is er iets niet dat er zou moeten zijn, en wilt U ons daarmee iets belangrijks zeggen. Wij zien wat er niet is, maar begrijpen het niet, zoals Petrus toen hij geen lichaam zag in het graf van Jezus. Of we zien, geloven, maar begrijpen het niet, zoals Johannes toen híj in het lege graf keek. En soms is er iets wat we niet verwachten, en wilt U ons dáarmee iets belangrijks zeggen. We zien en zien toch niet, zoals Maria Magdalena de man in de tuin zag.

Heer, help ons zien, geloven en begrijpen. Geef dat we elkaar daarbij helpen, zodat de een voor de ander kan zien en inzien wat de ander niet ziet of inziet, misschien vanwege tranen in de ogen, of door angst, of trots. Geef ons vertrouwen in de Bijbel als gids die onze ogen en verstand kan openen.

 

Na de preek

We zullen nu een muziekstuk horen. Het is de finale uit The Passion van Adrian Snell die niet zoals de klassieke passies van Bach eindigt met de kruisiging en begrafenis van Jezus, maar met zijn opstanding. Het is een passie uit onze eigen tijd, waarin het zoeken, de verwarring en de angst, ook de politieke spanning doorklinkt, en daarin ook het zuchten van de schepping hoorbaar wordt. In de finale zingt Maria Magdalena als zij bij het open graf staat. –Engels zal geen probleem zijn, denk ik, ook niet voor onze ouderen. Maar mag ik toch éen regeltje eruit lichten. Als in de tuin de zon is opgegaan en de eerste bloemen geopend zijn, zingt Maria: I see the sun in his eyes – ik zie de zon in zijn ogen.

 

Bericht van overlijden

We kregen bericht van het overlijden van iemand die niet meer tot onze gemeente behoort, maar bij veel gemeenteleden bekend is. We zullen hem daarom niet officieel herdenken, maar willen hem wel graag noemen in deze dienst. Op 17 maart is overleden dhr Dick Lodder in de leeftijd van 90 jaar. Dick Lodder was vele jaren een trouwe kerkganger in de Verlosserkerk. Hij woonde jaren lang met zijn vrouw Wil op de Koekoeklaan. In 2008 overleed Wil. Een aantal jaren geleden verhuisde Dick naar de Gooise Warande, en vorig jaar april naar De Bilt, waar zijn zoon Kees woont. De dankdienst was gisteren, zoals u misschien uit Kerknieuws al wist; de begrafenis heeft in besloten kring plaatsgevonden. Laten we Dick Lodder opdragen in ons gebed.

 

Gebeden

Diaken

Heer Jezus, u zei tegen Maria: ‘Hou me niet vast. Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader’. Dat raakt ons, we willen zo graag vasthouden in dit leven. Geef ons vrede met het loslaten, Heer. We hoeven u niet na te staren, u wist de tranen uit onze ogen; we hoeven niemand na te staren, we mogen het leven in. Geef ons uw kracht, Heer, geef dat we mogen geloven dat de toekomst van ons en onze geliefden bij u veilig is, net zo veilig als u bent bij God, u die leeft naar lichaam en ziel. Zo bidden wij U allen tezamen… 

Predikant

God, Israël was in de oudheid het volk dat beleed dat U zijn koning was en dat, als het ook een menselijke koning wilde, deze een man naar uw hart moest zijn. Israël beleed ook, dat U in feite koning van de hele wereld bent, psalmen zingen hiervan, profetieën spreken ervan. Israëlieten die Jezus meemaakten beleden, dat hij uw gezalfde is, voorgoed, dat hij zijn leidinggevende werk volbracht en zijn dienaren en vrienden de opdracht gaf om zijn koninkrijk, uw koninkrijk uit te breiden, te beginnen in Judea tot de einden der aarde. God, we zouden hier niet zitten als u deze missie niet was begonnen. U begint steeds weer klein, U gaat van persoon tot persoon, maar U mikt bij elke persoon op het hele leven, en dat is ook altijd een leven in gemeenschap, van klein tot groot, van gezin en vriendenkring tot volk, en van volk tenslotte tot alle mensen. En zo gaan psalmen en profetieën opnieuw zingen, God, want onder de heerschappij van uw gezalfde belooft U vrede en recht voor elk volk dat Jezus als heer aanvaardt én voor alle volken met elkaar. Hij is uw rechterhand, hij regeert, hij staat boven alle regeringen op aarde! Wij zouden hier niet zitten als wij niet ergens geloofden in dit visioen, in deze missie. En daarom bidden wij U voor Israël nu. Voor de kerk, de kerk in Nederland en in andere landen; en voor het Nederlandse volk en andere volken. Voor de kerk wereldwijd en voor de gemeenschap van alle volken op onze kleine aarde. Laat het visioen van Oude en Nieuwe Testament weer oplichten in een wereld die roept om recht en vrede, zo bidden wij U allen tezamen…

Heer Jezus, u zei tot Maria en haar mede-discipelen: mijn Vader is jullie Vader. U hebt uw Vader tot de onze gemaakt, en daarmee het gebed dat u ons leerde een nieuwe betekenis gegeven. Als wij bidden ‘Onze Vader’, is ‘onze’ niet beperkt tot ons mensen, maar sluit het nu ook uzelf in, onze Heer, onze broeder. U bidt met ons mee. Onze Vader, die in de hemel zijt…

 

Wegzending en zegen

De afgelopen week ervoeren we in verschillende diensten, hoezeer alle betrokkenen in het drama van Jezus’ dood geïntimideerd waren door de macht van het zwaard, met daarachter de macht van de dood. Religieuze leiders, politieke leiders, discipelen, bij allen woog deze macht zwaarder dan de macht van God – Johannes zou zeggen: zwaarder dan de heerlijkheid van de Heer. De enige die fier bleef in de hele situatie, die God boven elke macht bleef eren, en de naaste niet minder dan zichzelf, was Jezus van Nazareth, koning der joden. Hij gaf zijn leven voor dat van Petrus – zelfs voor dat van Barabbas – en in feite ook voor dat van Pilatus. Zij konden blijven leven en zich nog keren tot de levende God, dat was hem de prijs van zijn leven waard. Met zijn ongebroken opstelling, tijdens de hele rechtspraak tot en met de kruisiging, toonde Jezus metterdaad dat Gods macht sterker is dan alle andere machten, ook die van de keizer en de dood, zelfs een marteldood.

Maar als hij niet was opgestaan, had het er sterk op geleken dat de mensen die hem verwierpen, of niet konden volgen, toch gelijk hadden. Zie je wel, de dood heeft het laatste woord. En de dood is het einde van een schepsel, van elk schepsel dat adem heeft.

Vanmorgen was ik om 6 uur wakker. Het was nog donker. Maar ik hoorde een merel hartstochtelijk fluiten. Ik dacht, hij fluit omdat straks de zon opgaat. En toen dacht ik: nee, de zon gaat straks op omdat deze merel fluit.

Ik heb voor jullie op de fluit gespeeld, zei Jezus eens (Mat 11:17). Ik hoop dat we straks samen kunnen dansen. We kunnen hier niet blijven, in dit gebouw, bij het lege graf, we moeten het leven in. Laten we dat dansend doen, zeker vandaag. Natuurlijk jammer dat corona ons nog steeds beperkt. Maar het hoeft de dans niet te verhinderen. Als we het slotlied horen (u moet het thuis zeker in het Engels beluisteren, met de Ierse tekst!), kan ieder van ons een rondedansje maken, ook in de huiskamer. We kunnen zo het gangpad van de kerk door en bij de uitgang elkaar groeten. Daarom komt het slotlied dit keer na de zegen, om die mee te nemen op onze dans de wereld in. De zegen van de Heer, de zegen van Johannes, de zegen van de Passion (=NLB 428):

Overvloedig geef ik u.

Zoals de Vader mij zond, zo zend ik u.

Ga en deel mijn liefde uit.

Vrede zij met u.

Slotlied: Ik danste die morgen toen de schepping begon…

 

 

——————————————————————————————————-

 

Voor de rechterstoel                                              Goede Week 2: Goede Vrijdag

 

De soldaten met hun tribuun en de joodse gerechtsdienaars grijpen Jezus, zo vertelt Johannes. De groep die Jezus arresteert bestaat dus zelf uit twee groepen: soldaten onder een romeinse officier, en wat we zouden kunnen noemen tempelpolitie. We hebben hier kennelijk te maken met een samenwerking van paleis en tempel. De politiek en de godsdienst hebben elk hun eigen redenen om Jezus te veroordelen. En onderling hebben ze een aparte relatie, die voor ons verrassend herkenbaar is. De regering wil zich niet mengen in religieuze zaken, en de tempelleiding heeft de regering nodig om iemand veroordeeld te krijgen. Alleen de staat draagt het zwaard, maar de staat wil het zwaard alleen gebruiken als daar een staatkundige reden voor is.

 

Waarom wil de tempelleiding Jezus veroordelen? De hogepriesters grijpen terug op de Thora, de wet die God aan Israël gegeven heeft. Daarin staat dat iemand die God lastert, gestenigd moet worden. Gods eer aantasten is een heel serieuze zaak. En een mens die zegt dat hij de Zoon van God is en optreedt met de volmacht van God, is duidelijk een geval van godslastering. Er is er maar éen die God is, éen die op de allerhoogste troon zit, en dat is God zelf.

Maar de romeinen hebben de politieke leiding in het land, zij hebben de rechterlijke macht om iemand de doodstraf te geven. En zij doen dat alleen als iemand op het terrein van de staat komt, bijvoorbeeld als hij zich opwerpt als koning, zonder de keizer als zijn baas te erkennen. Vandaar dat Pilatus, wanneer Jezus voorgeleid wordt, een paar keer terugkomt op die vraag: Ben jij een koning? Zijn conclusie is duidelijk. Deze man is geen gevaar voor de staat. Maar als gouverneur moet hij ook de rust en orde onder zijn joodse onderdanen bewaren. En zij willen Jezus dood.

De zaak eindigt in een compromis, dat beide partijen compromitteert. Dat compromis is in grote letters te lezen op het bord aan het kruis boven Jezus’ hoofd. ‘Jezus uit Nazareth koning van de joden’.

Voor de joden is dit compromitterend, want zij willen een natie onder God en zijn gezalfde. Vanuit deze hoop hebben ze zich altijd verzet tegen de romeinen en andere bezetters. Ze willen een land zoals het was in de tijd van David, ze willen een volk zijn dat vrij is om het hele leven onder God vorm te geven. Ze geloven dat er een Davidszoon zal komen om dit te realiseren. Vele joden zien in Jezus deze gezalfde (in het Hebreeuws: messias). Maar zowel de felste als de meest voorzichtige religieuze leiders zien dat niet. Om van Jezus af te zijn zeggen ze: ‘Wij hebben geen koning dan de keizer’. Zij knielen openlijk voor de bezetter. Door deze knieval plegen deze Israëlieten in feite verraad aan hun eigen religieuze geweten, dat alleen God hun Heer is en zij geregeerd willen worden door Zijn gezalfde. De weigering van de religieuze leiding van Gods volk om Jezus als Messias en Heer te aanvaarden loopt er dus op uit, dat zij de keizer boven God stellen.

Voor de wereldlijke, romeinse overheid ligt de zaak anders, maar ook zij komt tot een compromitterend compromis. Pilatus vreest dat hij onder druk van de joden een onschuldige veroordeelt. Dat wil hij beslist niet, en dat siert hem. Wanneer hij hoort dat de joden Jezus willen veroordelen omdat hij zich voor Gods Zoon heeft uitgegeven, wordt hij nog banger. Kennelijk zit er bij deze romein, deze ‘heiden’ een religieus geweten, een weten van God. Pilatus vraagt het bij Jezus na, hij wil weten of Jezus inderdaad ‘van God komt’. Jezus zwijgt en dat lokt hem uit de tent, hij gaat op zijn strepen staan: ‘Weet je wel dat ik de macht heb om je vrij te laten of te laten kruisigen?’ ‘U zou volstrekt geen macht hebben als u die niet van boven gegeven was’. Weer die verwijzing naar God, Pilatus is nu echt geraakt. ‘Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrij laten’, merkt Johannes op. –Waarom doet Pilatus dat niet, waarom doet hij niet wat zijn geweten hem zegt? Omdat de joden ondertussen iemand anders in herinnering roepen, die óok boven Pilatus staat en Pilatus zijn macht gegeven heeft. Zij roepen: ‘Als u deze man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer’. Pilatus zwicht dus omdat ook hij als het erop aankomt de keizer boven God plaatst.

Waarom doen de joodse leiding en de romeinse leiding iets dat bij beide in feite tegen hun religieuze geweten ingaat? Waarom houden ze elkaar gegijzeld? –Ze zitten allebei in de tang van vrees, de vrees om hun leven te verliezen. De romein en de hogepriester geloven elk op eigen wijze in God, maar ze zijn allebei beducht voor de macht van de keizer. En de macht van de keizer is vooral de macht van het zwaard, van de dood. En de dood heeft zoveel macht over hen omdat lijfsbehoud kennelijk bovenaan staat. Jood en romein vrezen voor hun eigen leven meer dan voor hun geweten. Ze zijn banger voor keizer en de dood dan voor God.

Dat zegt natuurlijk ook iets over hun godsbeeld, hun geloof. Als ze God zouden zien als een superkeizer, als een hogere macht met een sterker leger of een groter zwaard, zouden ze banger voor God zijn dan voor de keizer. Maar het ligt bij hen kennelijk andersom, al protesteert hun geweten. Dat protest geeft ondertussen aan dat ze ergens geloven, dat Gods macht zich niet zo laat gelden als de macht van de keizer, en dat macht die zich wel zo laat gelden, ook al is die keizerlijk, zich moet verantwoorden voor God.

Precies op dit punt raakt Jezus hogepriester én romein. De romein beseft: als Jezus een koning is en van God komt, laat hij zien wat de heer van alle heren en koning van alle koningen wil. God of goden gaan altijd nog boven mensen. En de hogepriester beseft: als Jezus de Gezalfde is, de koning naar Gods hart zoals aangekondigd in de geschiedenis van Israël, dan laat Jezus zien hoe God heer is, en heer over het hele leven van mensen, over het religieuze én politieke leven. Hogepriester en stadhouder staan voor een keuze. Kiezen zij voor God en zijn gezalfde, of voor de keizer? (In feite staat zelfs de keizer voor deze keuze. Tenzij hij zichzelf beschouwt als god of zijn gezalfde.)

 

Het verloop van het proces tegen Jezus maakt duidelijk dat bij deze religieuze en politieke leiders het besef van God nauwelijks de kans krijgt om door te breken. En hoe begrijpelijk, gezien de situatie waarin zij staan en de overtuigingen die zij hebben. Schrijnender is, dat dit besef ook niet kan doorbreken bij Jezus’ eigen volgelingen – en eigenlijk om dezelfde reden. Johannes laat dit zien bij éen discipel in het bijzonder, de voornaamste: Petrus. Volgens Petrus is Jezus de gezalfde koning van Israël. Jezus is de Zoon van de Allerhoogste! Maar als een portierster hem aanwijst als een volgeling van Jezus, ontkent Petrus. Tot driemaal toe.

Als u afgelopen zondag hier was, of de dienst van toen gezien hebt, herinnert u zich vast nog hoe Jezus in Getsemane zijn leven voor dat van Petrus gaf. Nu blijkt Petrus beslist niet in staat om zijn leven voor Jezus te geven. Ook Petrus kan niet publiek erkennen dat God en zijn Gezalfde heer zijn over het hele leven, over het religieuze én politieke leven. Petrus gelóoft dit wel, en daarin onderscheidt hij zich van Pilatus en de hogepriester. Maar hij vindt niet de moed om ervoor uit te komen als dat zijn eigen vlees en bloed in gevaar brengt. Ook hij zit in dezelfde tang als zij. Ook over hem heeft het zwaard, en daarmee de dood, de grootste macht. Die is sterker dan zijn loyaliteit aan de Heer.

 

Ik moet even een stapje terug doen. Want voor velen van ons blijft dit hele verhaal op grote afstand staan, wij leven immers met een nog sterkere scheiding van religie en politiek dan de romeinen en joden in Jezus’ tijd. Voor ons gevoel gaat het in het verhoor van Jezus om éen groot misverstand. En wijst Jezus zelf daar niet al op? Hij zegt tegenover Pilatus weliswaar dat hij een koning is, maar hij zegt erbij: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld’. Zie je wel, koning Jezus concurreert helemaal niet met de heerschappij van Pilatus of de keizer in Rome. Het geloof in Christus ligt op een ander vlak. Zijn koninkrijk is in de hemel, of in ons hart. Dáar is hij koning.

Maar zo horen we niet goed wat Jezus tot Pilatus zegt. Hij zegt dat zijn koninkrijk niet ‘van deze wereld’ is. Dat wil zeggen: zijn rijk komt niet op zoals koninkrijken in deze wereld meestal opkomen: door mensen die aan de macht komen (vaak met behulp van wapens). Jezus’ koninkrijk komt niet op uit mensen, het komt uit God. Maar God wil zijn koninkrijk wel op aarde oprichten. Hij is inderdaad de allerhoogste, de heer van alle heren, maar deze Heer verlangt dat zijn wil die in de hemel gedaan wordt, ook op aarde gedaan wordt. Dat heeft Hij in de geschiedenis van Israël voorbereid. Dat komt Jezus doen. Als Gezalfde krijgt hij van God alle macht, niet alleen in de hemel, maar ook op aarde (zie bv Joh 3:35, vlg. Mat 28:18 en Dan 7:14). Daarom zal de hogepriester, en de stadhouder, en zelfs de keizer aan hem verantwoording moeten afleggen.

Wie goed kijkt en luistert merkt dat Jezus hier ook op wijst. We hoorden het al, Jezus zegt tot Pilatus: Alle macht die u over mij hebt is u van boven gegeven. Pilatus is geraakt, maar komt er toch niet toe om Jezus vrij te laten omdat de joden hem eraan herinneren dat er nog een andere macht boven hem staat: de keizer. Wel, daar ligt dan dé vraag: Vrees je de keizer meer dan God, of omgekeerd?

Hoe bijzonder: Jezus zegt niet dat macht op zich verkeerd is. Hij zegt ook niet dat de macht van een overheid die orde bewaakt en ‘het zwaard draagt’ op zich verkeerd is. Maar hij zelf is tegenover Pilatus de levende vraag of deze bestuurder zijn macht goed gebruikt. Dat er een regering is met de rechterlijke macht om een crimineel als Barabbas te veroordelen, wordt door Jezus niet aangevochten. ‘U hebt uw macht gekregen’. Sterker nog, Jezus laat Pilatus zijn macht houden ook als deze op het punt staat die macht verkeerd te gebruiken en Jezus zelf daarvan het slachtoffer wordt.

Eigenlijk is het dus Pilatus die voor Jezus staat. Jezus houdt hem de waarheid voor. Wie is hier heer, God of jij? Jij mag het zwaard dragen, maar mag je een onschuldige veroordelen? Je wéet het antwoord op die vragen. Als ik jou met jouw middelen zou beoordelen, zouden mijn volgelingen nu met zwaarden deze rechtszaal binnenkomen. Maar zo oefent de Heer van hemel en aarde geen macht uit. Hij laat u nog in uw ambt, en geeft u nog tijd om u te bekeren. Dus wat doe je, Pilatus?

Dat zegt Jezus tegen alle regeringsleiders op aarde. Zie de mens die voor je staat; die op elke Goede Vrijdag in duizenden kerken over de hele wereld voor jullie staat. Zien jullie niet wat hij aan het doen is? Hij is bezig jullie te redden.

 

 

Orgelspel & Stilte

Drempelgebed

Groet:  V: De Heer zij met u,

                G: Ook met u zij de Heer.      daarna gaan allen zitten

Gebed om ontferming en verlichting

Lied: 662:1,2,3

Welkom en Inleidend woord

Bijbellezing: Johannes 18: 12-19:37, afgewisseld met Lied 587:

Vs 1

Joh 18:12-27

Vs 2

Joh 18:28-40

Vs 3

Joh 19:1-16a

Vs 4

Joh 19:17-30

Vs 5

Joh 19:31-37

Vs 6

Joh 19:38-42

Vs 7

Overdenking

Lied: 575:5,6

Gebeden met gesproken responsie: ‘Heer, onze Heer, wij bidden U verhoor ons’

Slotlied: 98:1,4                allen gaan staan

Wegzending & Zegen

 

Drempelgebed

Leer ons, o Heer, uw lijden recht betrachten,

het is te groot voor ons, en komt zo pijnlijk dichtbij.

De verhalen over uw laatste dagen zijn als venstertjes

op het lot van heel de grote wereld

en de venstertjes zijn tegelijk spiegeltjes

op onze eigen kleine levens.

Heer, leer ons kijken,

ook al lijkt ze vertrouwd, of juist ver weg,

open onze ogen, open ons hart,

wees met ons dit uur,

hier en thuis.

 

Gebed om ontferming en verlichting = lied 662: 1,2,3 = openingslied.

Welkom en Inleidend woord

‘Heer, komt in deze tijd uw heerschappij?’ Was dat niet de hoop van Palmpasen? Jezus reed Jeruzalem binnen om daar op de troon te gaan zitten. Vanavond zullen we ervaren hoe het verdergegaan is. Ik hoop dat u na deze dienst zult zeggen: Jezus is op de troon gaan zitten. Langs de hele weg van lijden en sterven toont hij de koninklijke macht die God hem gegeven heeft, toont hij de macht van God zelf zoals Hij boven plaatselijke en wereldwijde machthebbers staat.

 

Gebeden

Diaken

Heer, de politieke arena is niet veel groter dan een huiskamer. Kleine persoonlijke fouten krijgen een nationale dramatiek. Hoe slordig kunnen wij mensen zijn. Hoe hard kunnen we daarop reageren. We hebben ambten waaraan een bepaalde macht verbonden is; maar hoe gemakkelijk gaan we ermee om, als we ze uitoefenen én als we willen afpakken bij fouten. Leer ons rechtdoen met liefde, Heer, zo bidden wij U allen tezamen…

Predikant

God, de wereld is klein, juist als het gaat om de allergrootste dingen. Bij de terechtstelling van Jezus zijn mensen va de laagste tot in de hoogste kring betrokken via persoonlijke, ‘toevallige’ contacten. Petrus slaat het oor af van de dienaar van de hogepriester, een familielid van deze dienaar herkent Petrus in het gerechtsgebouw waar Jezus verhoord wordt, Petrus is daar dankzij een medediscipel die een bekende is van de hogepriester. God, de wereld is klein, de wereld is uw wereld, U weeft in het web van contacten, om ons te raken, om ons te confronteren – leer ons uw vingerwijzingen zien! Zo bidden wij U allen…

God, is dit niet de vraag van vanavond aan ons: Wat heeft over ons de grootste macht? Wij leven niet in een bezet land, we willen niemand om het leven brengen, maar ook wij lijken vooral beducht te zijn voor de dood, de fysieke dood. Staat in bijna al onze keuzes in het afgelopen jaar het vermijden van de dood niet bovenaan? Heeft dat niet de voorrang gekregen boven alle andere dingen, boven onze sociale en spirituele behoeften, boven ons vertrouwen op U? Waar zijn we het meest bang voor? Heer, leer ons kijken naar onszelf, red ons, leid ons uit naar een leven waarin we met elkaar niet alleen fysiek maar ook geestelijk veilig zijn. Zo bidden wij U allen tezamen…

 

We verlaten de kerk in stilte

 

——————————————————————————————————

 

Palmstok en wapenstok                                                           Goede Week 1: Palmpasen

 

Twee groepen mensen met vlaggen en stokken die Jezus komen binnenhalen. De ene groep is groot, komt overdag, er wordt gezongen; de andere is kleiner, komt in de nacht, er wordt gejoeld. Een optocht en een schaduwoptocht. Beide optochten hebben een sterk politieke lading. De koning van Israël wordt binnengehaald. Sommigen zijn daar heel blij mee, anderen allesbehalve.

De eerste optocht is van mensen in Jeruzalem die horen dat Jezus komt. Op een ezel! Ieder kende de profetie dat de door God gezalfde leider op een ezel zou komen (Zach 9:9). Het is paasfeest in de stad, zij trekken ‘takken van de palmbomen en gingen hem tegemoet: “Hosanna, gezegend die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël”!’ (Joh 12:13).

De andere groep komt een paar dagen later, naar een tuin net buiten de stad. Op palmzondag houdt deze groep zich wijselijk stil. Als ze al die mensen horen zingen zeggen ze tegen elkaar: ‘Dit gaat de verkeerde kant op, kijk, de hele wereld loopt hem achterna’ (12:19). In deze groep zitten veel hogepriesters en schrift-geleerden. Zij herkennen de andere groep, want velen daarvan hoorden bij hen tot ook zij gingen geloven in Jezus als Messias toen hij zijn laatste wonder deed. Vlak bij Jeruzalem had hij een dode vriend, Lazarus, uit zijn graf geroepen.

Na dat wonder had deze tweede groep een zitting belegd van de hoge raad in Jeruzalem, het Sanhedrin. Ze hadden gezegd: ‘Wat doen we? Deze man verricht veel wonderen, nog even en iedereen gelooft in hem. Dan zullen de romeinen komen en met de heilige plaats ook ons volk wegvagen.’ De dienstdoende hogepriester van dat jaar, Kajafas, had toen de wijze woorden gesproken: ‘Is het niet beter dat éen mens sterft voor het volk dan dat het hele volk sterft?’ Johannes de evangelist, die een bekende is van de hogepriester, tekent hierbij aan: ‘Vanaf die dag waren ze  besloten om hem te doden’ (11:53). Jezus wijkt uit. Kort daarna laten de priesters en schrift-geleerden een bevel uitgaan, dat iedereen die Jezus op het paasfeest in de stad zal zien, hem moet aangeven bij de politie (11:57).

Johannes merkt nog op dat Kajafas’ woorden in feite profetisch waren. Jezus zou zo het joodse volk redden. Daar moeten we straks nog op terugkomen.

Eerst weer naar de enthousiaste groep Jeruzalemmers die Jezus met palmstokken onthalen. De opwekking van Lazarus had hen wat betreft Jezus uit Nazareth over de streep getrokken, hij moest het zijn, de Messias. Al veel eerder, toen Jezus een menigte mensen te eten had gegeven met een paar broden en vissen, hadden sommigen van hen hem al willen meevoeren en tot koning uitroepen (6:25). En toen hij later op het Loofhuttenfeest in de stad was – incognito, omdat de joden hem toen al wilden doden (7:2,10), maar hij had zich toch in de tempel vertoond – hadden zij tegen elkaar gezegd (7:25): ‘Is dit niet de man die ze zoeken te doden? En zie nu eens, hij staat in het openbaar te preken en niemand zegt er iets van! Zou de overheid inmiddels erkend hebben dat hij de Messias is?’

Wel, dat was bepaald niet het geval. Jezus was nog steeds persona non grata in Jeruzalem. De leiding daar had hem al een keer willen arresteren (bv 7:32), maar dat had hij voorkomen door uit te wijken. Hij was al een paar keer de dans ontsprongen. Veel joden hadden aanstoot aan hem genomen en al geprobeerd hem zelfs te doden. Tot twee keer toe was hij bijna gestenigd (8:36, 10:31).

Jezus’ arrestatie kwam dus niet uit de lucht vallen. Er werd al langer over hem en zijn beweging gesproken en dat was niet alleen een religieus geladen, maar ook een politiek geladen thema. In feite was het dat vanaf het begin van zijn publieke optreden. De evangelist Johannes weet zich te herinneren dat Nathanaël – van wie Jezus had gezegd: waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is – had geantwoord (1:49): ‘Rabbi, u bent de Zoon van God, de koning van Israël’. Nathanaël zal vast met een palmtak langs de weg gestaan hebben. Maar oppositie was er ook vanaf het begin. Dat begon al op het allereerste feest in Jeruzalem dat Jezus bijwoonde. Zoals elk feest was dat op een sabbat. Jezus genas toen een man. En toen hij deze ontheiliging van de rustdag toelichtte sprak hij daarover alsof hij de heer van de sabbat was, God zelf – hij, een mens! (5:18, vgl. 10:33 en 19:7).

 

Misschien is dit alles voor ons tamelijk nieuw, bijvoorbeeld omdat we denken dat het met Jezus allemaal goed ging tot die laatste fatale week. Hij had overal goede woorden gesproken en goede daden gedaan, hij had mensen getroost, gevoed, genezen – totdat het tij keerde, om onbegrijpelijke redenen. Dat dit onbegrijpelijk is heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat wij in het Westen al langer in een situatie leven waarin iemand om religieuze overtuigingen niet vervolgd kan worden, én al langer lijken te geloven dat Jezus een religieuze, niet een politieke leider is.

Maar dit is niet het beeld dat in het Johannesevangelie naar voren komt. Jezus werd vanaf het begin van zijn optreden op religieus en politiek terrein gevolgd en vervolgd. En begrijpelijk, want hij zei tamelijk schokkende dingen – het is eigenlijk merkwaardig dat wij daarover niet meer geschokt zijn. Jezus sprak soms zoals de Heer in het Oude Testament tot Israël sprak: Ik ben de goede herder, ik ben het licht der wereld (Joh 10 vgl. Ps 23, Joh 8:12 vgl. Ex 13:20, Jes 60:19).

Jezus had zich steeds aan de greep van zijn vervolgers onttrokken want het was nog niet zijn tijd, zei hij (7:30 en 44, 8:20). Als de grond in Juda te heet onder de voeten werd, trok hij zich terug in Galilea of in de woestijn. Maar nu is het zijn tijd, nu stapt hij naar voren. En ook nu doet hij dat met de allure van de Heer uit het Oude Testament. Tegen de groep met wapenstokken en fakkels zegt hij: ‘Wie zoeken jullie?’ ‘Jezus uit Nazareth’. Ik ben, antwoordde hij, twee keer. Het had hen met ontzag geslagen, ze vielen om. Zo noemde God zich tegenover Mozes op de Sinaï: IK BEN (Ex 3:14).

Dan komt Jezus’ meest verrassende zet. Zoals hij zich in de stad laat onthalen door de palmstokken, zo laat hij zich in de tuin arresteren door de wapenstokken. Hij is duidelijk heer en meester van de situatie. Maar waarom laat hij zich arresteren? Johannes zegt dat Jezus dit doet om een eigen woord in vervulling te laten gaan. Hij had het eerder opgemerkt, tot driemaal toe zelfs (6:39, 10:28, 17:12): van de mensen die zijn Vader aan hem heeft toevertrouwd, zal hij niemand verloren laten gaan. Jezus gaat doen wat hij beloofd heeft en voert zo de wil van God uit.

 

Opmerkelijk, deze woorden bij de situatie daar in de tuin! In onze christelijke traditie is in die woorden van Jezus een diepe religieuze en theologische waarheid beluisterd. Jezus duidt er de eeuwige verkiezing van God mee aan. Hier spreekt hij als de Zoon die alle mensen redt die in hem geloven, en dit geloof krijgen ze van de Vader. Er zit veel waarheid in deze uitleg, en toch springt hij te snel over de eerste betekenis van Jezus’ woorden heen. Jezus laat geen van zijn vrienden verloren gaan, jazeker: allereerst in de concrete situatie, in de tuin.

Laten we even teruggaan naar het begin van het Johannesevangelie. In Jezus, zo lezen we daar, is het Woord van God, dat bij God was en God was, vlees geworden, om onder ons te wonen. God heeft ons bestaan gedeeld tot in onze fysieke condities! Maar daar horen ook sociaal-politieke condities bij. En als Hij daarin met ons is en de reddende hand uitsteekt, is de eerste betekenis van Jezus’ arrestatie, dat hij zijn discipelen daar redt, in die concrete benarde situatie. Hoe laat Jezus hen die aan hem zijn toevertrouwd niet verloren gaan? Wel, dat zal allereerst daar moeten blijken, uit wat hij in die situatie gaat doen. Dat is oudtestamentische én nieuwtestamentische overtuiging. God redt, de Heer springt voor de zijnen in. Hij redt zijn mensen in nood. Zoals eertijds Israël toen het in Egypte was. Of zoals Petrus, later, toen hij in de gevangenis kwam te zitten, of Paulus toen hij bijna gestenigd werd. Verlossing gaat verder dan bevrijding uit nood, maar begint wel als bevrijding uit nood. Jezus’ lijden is nodig om anderen te redden, dat geloven we – en ja, hij zal zich hier moeten laten arresteren om zijn discipelen vrijuit te laten gaan. Hier begint de plaatsvervanging, letterlijk: hij gepakt in hun plaats. Hier in de tuin van Getsemane wordt het woord van verlossing vlees en bloed.

Laten we nog een keer teruggaan en horen wat Jezus eerder heeft. ‘Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen’ (10:11). Als er wolven komen om zijn schapen te grijpen, springt deze herder ertussen. Dat is precies wat er gebeurt in de tuin van Getsemane. Daar zijn de wolven, met fakkels en wapenstokken, met Judas en Malchus, de dienaar van de hogepriester die Johannes kent. –Tijdens zijn laatste maaltijd heeft Jezus gezegd: ‘Niemand heeft groter liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden’ (15:13). Nu is het moment daar dat deze woorden waargemaakt worden. Jezus’ leven voor het leven van zijn vrienden. ‘Laat hen gaan, jullie zoeken mij, toch?’

Maar, zult u denken, is dan in die tuin ook het leven van de vrienden in gevaar? Heel waarschijnlijk wel. De discipelen zijn Jezus’ trouwste volgelingen, de kern van het volk dat hem als koning onthaalt. Bovendien, dat de joodse leiders dit opmerken maakt tenslotte niet zoveel uit, het gaat erom wat de romeinen zullen doen als zij het opmerken. Iedereen die iets van de romeinen weet, weet ook hoe zij handelden in de gebieden die zij als provincies van hun rijk beschouwden. Als een volk iemand uitroept tot koning – als het volk Jezus toezingt als koning van Israël, zoals de eerste groep mensen op Palmpasen doet – zullen de romeinen ingrijpen en zonder pardon niet alleen Jezus, en zijn leerlingen, maar ook veel van zijn aanhangers onder het volk doden. Kajafas is heel realistisch. Er moet een schaduwoptocht komen om dit vreselijke gevaar af te wenden. En wat Jezus zei was dus letterlijk waar. Het leven van de discipelen was in groot gevaar. Jezus bood zijn leven voor dat van zijn volgelingen. Anders waren ze allemaal gepakt.

Deze dreiging komt wordt nog sterker – komt letterlijk op het scherp van de snede te staan – als éen van de discipelen een zwaard grijpt en de tempelpolitie aanvalt om de arrestatie te voorkomen. Petrus slaat Malchus het oor af. Jezus neemt onmiddellijk afstand van deze actie. Johannes vertelt niet dat hij Malchus geneest, maar laat wel doorklinken dat Jezus hiermee Petrus redt. Zonder deze bestraffing was Petrus óok gearresteerd en heel waarschijnlijk geëxecuteerd. Of erger: hadden de soldaten ook hun zwaarden getrokken en was het een bloedbad geworden.

Niemand heeft een groter liefde dan wie zijn leven geeft voor zijn vrienden, zei Jezus. In de tuin van Getsemane zien we deze liefde in actie. Zijn leven voor hun leven. Zo redt hij zijn volgelingen, en een groot aantal volksgenoten die ook door de romeinen gedood waren als er rellen waren uitgebroken. De finale is begonnen. Jezus gaat naar de plek waar hij zijn sterkste daad van liefde toont. Een liefde die bereid is het eigen leven te geven om dat van anderen te redden. De goede boodschap van vandaag is, dat dit allereerst letterlijk waar is.

 

 

Orgelspel & Stilte

Bemoediging                       allen gaan staan

O: Onze hulp is de Naam van de Heer

A: die hemel en aarde gemaakt heeft

O: die trouw houdt tot in eeuwigheid

A: en niet loslaat wat zijn hand begon

O: Genade en vrede zij u van God onze Vader en van onze Heer Jezus christus

A: Amen

Drempelgebed

Openingslied 435: 1,4

Groet: V: De Heer zij met u,

                G: Ook met u zij de Heer.            daarna gaan allen zitten

Welkom en Inleidend woord

Gebed voor de nood van de wereld

Lied: 550: 1,3

Moment met de kinderen (de Palmstokkentocht begint)

Gebed bij de opening van de Bijbel

Bijbellezing: Johannes 18: 1 t/m 14

Lied: 118: 3,4

Uitleg en verkondiging

Lied: 441: 1,2

Gebeden, Stil gebed, Onze Vader
Gesproken responsie: ‘Heer, onze Heer, wij bidden U verhoor ons’

Mededelingen door de ouderling van dienst

Slotlied: 871: 1,3,4              allen gaan staan

Wegzending & Zegen

Drempelgebed (= psalm 24: 3-4,7-8)

Wie mag Uw tempel binnentreden,

wie in Uw heilige tegenwoordigheid staan?

Wie reine handen heeft en een zuiver hart,

wie zich niet inlaat met leugens

en niet nalaat wat hij of zij belooft.

Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,

maak uzelf ruimer, oude ingang:

de koning vol majesteit wil binnengaan.

Wie is de koning vol majesteit?

De HEER, die alle macht overwint.

 

Welkom en Inleidende woorden

Welkom iedereen, thuis in de huiskamer en hier in de kerk. We staan aan het begin van de Goede Week. We vervolgen de lezingen in het Johannesevangelie zoals die door het kinderproject Het spoor van liefde uitgekozen zijn. Dat brengt ons bij een heel ongewone tekst voor deze zondag. We lezen over Jezus’ arrestatie, en dat op Palmpasen. Of is er tussen deze twee dingen toch meer verband dan op het eerste gezicht lijkt?

 

Gebed om ontferming

God, we menen als christenen een goede boodschap te hebben voor alle mensen. Toch komt die niet bij alle mensen goed over, en dat is al zo in de evangeliën zelf. Overal waar Jezus optreedt raken mensen verdeeld. Sommigen gaan geloven, anderen gaan zich ergeren. Sommigen laten zich raken, anderen wapenen zich. Er ontstaan twee groepen, en de verdeeldheid lost niet op als ze Jezus beter leren kennen, de verdeeldheid wordt dieper. Tenslotte wordt het hoogtepunt van zijn optreden ook het dieptepunt. Hosanna – kruisig hem.

God, waarom zijn wij mensen zo tegenstrijdig in onze reacties? Leer ons naar onszelf kijken. Zie de nood in onze wereld en in onze kerk vandaag de dag: over welk onderwerp we met elkaar moeten beslissen, de meningen zijn verdeeld, in het groot en in het klein, van parlement tot kerkenraad. En hoe groter de belangen die op het spel staan, hoe sterker de verdeeldheid. Bijvoorbeeld als het gaat over de gevolgen van onze welvaart, of het inperken van onze vrijheid.

Vandaag, op Palmzondag willen we U deze nood voorleggen. Zonne der gerechtigheid, ga ons op in deze tijd / zie Heer de verdeeldheid aan, die geen mens ooit helen kan. Breng o herder in Gods naam, uw verstrooide kudde saam. Erbarm u, Heer! Zo bidden wij U allen tezamen…

 

Moment met de kinderen

Wilma legt de symboliek van de palmstok uit, die zaterdagmiddag door de kinderen gemaakt is. Van deze activiteit wordt een filmpje vertoond.

Daarna laat ik nog een stok zien, een wapenstok. En loop met Niek over de voetstappen door de kerkzaal naar het tweede filmpje van het kinderproject. Dat vertelt dat in andere landen mensen vervolgd worden vanwege hun geloof – zoals Jezus door de politie opgepakt is.

 

Gebed bij opening Bijbel

Heilige Geest, hoe moeilijk is het om de Bijbel onbevangen te lezen. We hebben al zoveel uitleg gehoord, die we wel of juist niet terug willen vinden in wat we lezen. Als we de Bijbeltekst voorrang geven, moeten we dat loslaten, maar ook dan zijn we geneigd om het langst vast te houden wat ons het best past. En dat zijn ideeën die soms een leven lang met ons meegegroeid zijn. Hoe ouder we worden, hoe sterker deze neiging, en hoe begrijpelijk ook. Help ons, Heer, onbevangen te luisteren, geef licht in ons nadenken, hou de Bijbel dicht bij ons hart waar U ons raken wilt.

 

Gebeden

Diaken

Heer Jezus, u hebt uw vrienden gered door uw leven voor hen te geven. U hebt ze allemaal gered – behalve éen. Hij heeft u aan de tempelpolitie uitgeleverd. Hij was de discipel die het geld beheerde. Hij vond het verkwisting toen Maria vlak voor uw intocht in Jeruzalem uw voeten met kostbare olie zalfde. Heer, help ons! Ook de andere discipelen waren zwak. En hoe zijn wij? Geld ligt ook bij ons heel gevoelig. Wat vinden wij verkwisting? Wat vinden wij van uw leiderschap? We zullen u niet vervolgen, maar zullen wij u volgen? Houd ons vast, Heer, neem ons mee op uw weg, vooral de komende week, zo bidden wij U allen tezamen….

Predikant

God, help ons om het evangelie te verstaan. Jezus redt zijn vrienden zoals U, God, uw volk uit Egypte redde. We durven het haast niet te geloven dat hij Jezus inderdaad de Heer is, die allereerst redt uit fysieke nood, uit gevangenschap en dreigende dood. –Later redde U Israël ook uit Babel, maar toen had Israël ook schuld. Toen moest uw volk niet alleen van nood, maar ook van zonde bevrijd worden. God, help ons met Jezus mee te gaan op zijn weg, neem ons mee op de weg van het lam uit Exodus, en vervolgens op de weg van de knecht des Heren. Neem ons mee zoals Jezus Petrus meenam, die eerst gered werd, en later ook verlost. Die eerst zijn leven, dat hij boven alles liefhad maar dreigde te verliezen, dankzij Jezus kon behouden, en juist zo leerde om zijn leven te geven voor anderen, zoals Jezus voor hem had gedaan.

Heer Jezus, is ons leven niet het belangrijkste dat we hebben? En zien ook wij het niet als ons kostbaarste bezit, dat we zo lang mogelijk willen vasthouden? Of zien we het als het kostbaarste dat ons geschonken is en dat we in liefde kunnen geven, aan onze dierbaren in geloof aan U? Hoe gaan we hiermee om in coronatijd? Zijn we behoedzaam of eerder krampachtig als het gaat om levensbehoud? Help ons, Heer, om u te volgen in uw lijden, zo bidden wij U allen…

Stil gebed. Onze Vader