Een naaste als jezelf – Preek Ds. Nico den Bok 24 december 2023: Genesis 1: 26-27, Mat 22: 34 t/m 40

Een naaste als jezelf                                                                 Advent IV-Kerst 2023, Wilhelminakerk

Uw koninkrijk kome, elke keer dat we dat bidden, is het beetje Advent. Want de verwachting van het
koninkrijk: is dat niet hét thema van Advent? Uitzien naar een rijk van vrede op aarde, in mensen een
welbehagen. Uitzien in een tijd van oorlogen en maatschappelijk onbehagen.

Met Advent wordt deze verwachting ook concreet, dan bidden we eigenlijk: Uw koning kome. We
zien uit naar hem die dat rijk van vrede handen en voeten geeft, die ons daarin voorlicht en voorgaat,
de gezalfde – de vredevorst, zoals Jesaja zo mooi zegt – de mens in wie Ik welbehagen heb, zal God
zelf zeggen bij zijn doop in de Jordaan. Met Advent bidden we om zijn komen, zijn wederkomen. We
zien uit naar hem die als geen ander laat zien welke grondwet het komende koninkrijk heeft. Een wet
niet op papier, maar in het hart geschreven, zoals Jeremia en Ezechiël aangekondigd hebben.

Deze koning komt met een leefregel zo oud als de wereld en zo nieuw als elke morgen, elke
zonsopgang. We kennen die regel allemaal: Heb je naaste lief als jezelf. Hoe is er welbehagen in
mensen, en vrede op aarde mogelijk zonder deze naastenliefde? Is Kerst niet hét feest van
naastenliefde?

Maar wie is dan die naaste? Wie wordt bedoeld in het tweede grote gebod van de liefde? Natuurlijk,
onze naaste vinden we allereerst in de kleinste kring van ons leven: in ons gezin, in onze buurt, op
ons werk. Gek genoeg zoeken we de naaste veel minder in de grote kringen van ons leven. Maar ook
als land hebben we naasten: onze buurlanden. En zelfs werelddelen hebben naasten. Afrika bv is de
naaste van Europa. Laten we dat zien nu we als EG, met de afspraak om de immigratie in te
dammen? Waarom zouden we het tweede liefdesgebod beperken tot personen en niet ook laten
gelden voor groepen? Maar dan moeten we zeggen: een land of werelddeel heeft een gezonde
zelfliefde als het evenveel voor buurvolken doet als voor zichzelf.

Dat is niet de praktijk die we meestal zien. Meestal zien we: hoe groter de groep, hoe meer hij voor
zichzelf doet, hoe minder hij naar verhouding voor andere vergelijkbare groepen doet. Een land lijkt
onverbeterlijk egocentrisch: de meeste zorg gaat naar de eigen mensen. Misschien zegt u: maar van
we verdienen gaat bijna de helft via belasting naar de staat, dus ook naar andere mensen, dat komt
zeker in de buurt van ‘Je naaste als jezelf’. Ja, en dat is heel mooi; alleen, dat is vanuit de staat gezien
een intern zorgen-voor-elkaar – voor mensen die van buiten onze staat komen is dat nationale
zelfliefde. De staat zelf geeft beslist geen 50% van het totale inkomen aan mensen in of uit andere
staten. Het tweede gebod heeft in het Westen internationaal geen slagkracht. En dat zal in een
wereld die steeds kleiner wordt door klimaatproblemen en vluchtelingenstromen steeds kleiner
wordt, zich steeds meer gaan wreken.

Ik ga snel naar de kleinste kring, het persoonlijke leven – daar lijkt de leefregel ‘Je naaste als jezelf’ in
onze tijd wel het volle pond te krijgen, zeker rond Kerst. Probeer niet jezelf te bevoordelen als dat
ten nadele van de ander gaat. Je hoeft ook de ander niet te bevoordelen als dat ten koste van jezelf
gaat. Er moet gelijkwaardigheid gerespecteerd worden waarvan alleen bij uitzondering van
afgeweken mag worden. Je naaste als jezelf. Alleen nood breekt deze wet.

Nu is het lastige van naastenliefde in het persoonlijke leven, dat zij uitwaaiert over vele naasten en
vele kleinere dingen die we als mens verlangen of nodig hebben. Voor allerlei mensen om ons heen
doen we iets waarvan we graag willen dat dit ook voor ons gedaan wordt. En dat is allemaal heel beperkt.
Bij de bakker kopen we brood, we tonen naastenliefde als we hem daarvoor zoveel
teruggeven dat hij ook een boterham heeft. Dit kan met goede prijsafspraken geregeld zijn, maar ook
dan heb je ondertussen met de bakker zelf nauwelijks een relatie. En een mens leeft van veel meer
dan van brood alleen. In de kerk – zoals we hier zitten – zoeken we voedsel voor de ziel, toch? Maar
met medekerkgangers hebben we vaak een vluchtig contact, zelfs als zij tot onze eigen gemeente
behoren. Dat wordt pas anders als de naaste een vriend of vriendin is, het is al anders als hij of zij
familie is. Maar ook dan delen we met hen lang niet alle dingen.

Er is eigenlijk maar éen relatie waarin de regel ‘Je naaste als jezelf’ niet alleen jouw hele persoon,
maar ook de hele persoon van de ander raakt, in al de aspecten van het leven. Een naaste in de volle
zin van het woord is alleen je levensvriend, een partner, je geliefde. Van hem of haar hou je in alle
gewone zaken, zoals eten en drinken, het recht op privacy of de plicht om het huis schoon te houden.
In de liefdesrelatie wordt de naastenliefde concreet tot in de intieme dingen van ziel en lichaam. Bij
alles wat je deelt – in de woonkamer, in de keuken, in de slaapkamer – is die vraag te stellen: heb ik
haar of hem nu lief als mijzelf? Of vraag ik toch wat meer voor mezelf? Of cijfer ik mezelf weg?

In de persoonlijke omgeving van levenspartners is de naastenliefde het meest volledig aan de orde.
Misschien denkt u: maar naastenliefde is toch heel wat anders dan de liefde van geliefden? Het
eerste ligt in de sfeer van liefdadigheid, het tweede van romantiek. Gek genoeg hebben we Kerst in
beide sferen getrokken. Maar dat geeft ook aan dat die twee sferen uit elkaar zijn komen te liggen.
En dat heeft ook een gevaar, liefdadigheid wordt gemakkelijk neerbuigend, romantiek idyllisch. Als
we de naastenliefde weer gaan zien als grondwet voor alle terreinen van menselijk samenleven,
moeten we erkennen dat wat wij vaak liefdadigheid noemen en daarmee een zaak van
barmhartigheid, in feite een kwestie van gerechtigheid is. En dat dé liefde minder een affaire van
unieke gevoelens is en meer een kwestie van elkaar nuchter recht doen, dat willen en ook kunnen.

Dat merk je als je in een relatie staat. Wanneer je de liefste niet liefhebt als jezelf, gaat dat heel gauw
schuren. Egocentrisch gedrag voelt niet goed. Jezelf wegcijferen voelt ook niet goed, hoe nobel het in
sommige situaties kan zijn. Ja soms is het nodig, bv wanneer de ander in het ziekenhuis belandt. Een
offer kan tijdelijk geboden zijn, maar kan niet de basis voor de relatie zijn.

Wie liefheeft en trouw belooft kiest er dus voor om de guldenregel van de naastenliefde over de hele
linie van het leven te willen vervullen. In de hele ruimte en hele tijd van leven: je woont in éen huis,
je bent in principe 24/7 samen (‘tot de dood scheidt’ – en liefst nog langer, want we rouwen als de
dood ons scheidt). Is dat niet bijzonder? Als je trouwt wil je graag met éen medemens hebben wat je
als mens alleen met jezelf hebt – en met God. Alleen met deze twee ben je altijd overal samen.

Kerst is al heel lang een familiefeest. Het Koninkrijk van God begint in de kleinste kring. De koning
komt als een kind. Met Kerst wordt teruggegrepen op die relaties waarmee het leven begint. Kerst
zegt, met het evangelie van Johannes: het Woord is vlees geworden, het Woord van God waardoor
alle dingen gemaakt zijn (Joh1:14,1-3). Het begin van het evangelie grijpt terug op het begin van de
schepping. Wel wat is éen van de eerste, bijzondere dingen die bij de schepping gezegd worden? Dat
God mensen maakte als mogelijke geliefden. Wat een voorrecht: éen naaste boven alles gewild,
geliefd, in jouw zorg gesteld. Eén mens die ervoor waakt dat jouw zelfliefde niet te sterk en ook niet
te zwak wordt. Eén mens die na God de eerste plaats in je leven krijgt.

Met Kerst zien we een man en een vrouw en een kind in de meest kwetsbare omstandigheden. Met
Kerst zien we óok een gebeuren op het wereldtoneel. De man en vrouw zijn deel van een migratiestroom
op gang gebracht door een wereldleider die een volkstelling houdt met het oog op
de belasting die hij wil innen. Is dat niet bijzonder: Kerst plaatst ons in de kleinste kring én in de
grootste kring, en ze raken soms vlak aan elkaar. Dat zullen we straks op Goede Vrijdag opnieuw
ervaren. Mogen de komende dagen voor u gezegend zijn. Mag Kerst dit jaar in ons allemaal die
kostbare verwachting wekken van liefde die rechtdoet aan naasten, aan naasten dichtbij én veraf.

Gebed vanuit de nood van de wereld
We denken we aan allen die lijden onder geweld, geweld in huiselijke kring en geweld in politieke kring. [..] Aan
allen die lijden onder ziekte of dreiging van ziekte, in huiselijke kring en wereldwijd. Corona is nog steeds niet
weg. Er is voorbede gevraagd voor Ron Schröder – we bidden U voor hem en de kring om hem heen [..]

Gebeden
Heer, op de drempel van Kerst en denkend aan naastenliefde, willen we allereerst bidden voor alle
alleenstaanden. Velen van ons leven alleen, dat geldt zeker ook voor vele van onze gemeentes, met name voor
gemeenteleden in tehuizen. We bidden U voor hen die hun partner verloren hebben, misschien al op jongere
leeftijd. Voor hen die gescheiden zijn en niet opnieuw trouwden. Voor hen die nooit een partner vonden,
misschien daar ook voor gekozen hebben. U kent onze geschiedenissen beter dan wijzelf. Wees met ons, wijs
ons op elkaar, wees U in alles onze metgezel. Zo bidden wij U allen tezamen…

Heer, ook als wij geen partner meer hebben, en het verdriet daarover altijd ergens aanwezig is, willen wij U
toch ook danken voor het leven dat we met onze partner deelden. We willen U danken voor wat we gekregen
hebben toen we samen waren. Help ons dat in ere te houden in onze herinneringen, of ermee in het reine te
komen waar het niet goed ging of niet goed zat. Zo bidden wij U allen…

God, we bidden U vanochtend ook voor allen die niet erg van zichzelf houden. We denken aan mensen die met
zelfmoordgevoelens rondlopen, aan mensen die in de criminele sfeer raken en soms ook in de gevangenis. U
weet hoe zij zo geworden zijn. Wees met ieder die weinig eigenwaarde heeft, zo bidden wij U allen tezamen…

Heer, in onze samenleving en onze kerk wordt al langer veel gesproken over liefde tussen mensen van
hetzelfde geslacht. U weet hoe wij hierin staan, hoe pijnlijk niet-erkenning kan zijn, maar ook hoe diep de
moeite ermee kan zitten. In discussies lijkt de inzet meestal zichtbaarheid en gelijke rechten, en veel minder
het zoeken naar wat de liefde kan beschermen en laten duren. Maar ligt daar niet een verlangen én een nood
voor alle relaties, Heer, van welk geslacht we ook zijn? En staan we daarin niet vaak naast elkaar, in elk
huwelijk? Help ons! zo bidden wij U allen tezamen…

We bidden U voor alle relaties waarin een offer nodig is. Misschien is onze partner ziek geworden, zonder zicht
op genezing, misschien heeft onze geliefde een handicap. Geef ons de extra kracht die nodig is om er dan voor
die ander te zijn die er zo niet voor ons kan zijn. Zo bidden wij U allen…

God, bewaar onze huwelijken. Ieder van ons is maar één persoon, ieder van ons kan maar één ander beminnen
helemaal als zichzelf: in de volle omvang van het leven. Hoe bijzonder is dit. Daarom bidden wij U voor
jongeren die geen vaste relatie durven aangaan, en ook voor ouderen die alleen zijn komen te staan: geef hen
de zin en de moed om open te staan voor die ene naaste. Zegen ons in onze relaties, Heer, zo bidden wij U allen…